Zorgvisie

Bij het zoeken naar mogelijkheden om zorg en begeleiding aan te bieden die aansluit bij de zorgvraag van de mensen met een ontwikkelingsstoornis en geïnspireerd door de antroposofie, gaan we ervan uit dat elk individu uniek is. Kernbegrip in de antroposofische opvatting is de uniciteit van elk individu. Ieder mens wordt beschouwd als een geestelijk wezen met een eigen individualiteit en ontwikkelingsweg. Die individualiteit bestaat al voor de geboorte en zal ook na de dood blijven bestaan. Door de verbinding met het fysieke lichaam kan dit geestelijke wezen zich in opeenvolgende aardelevens verder ontwikkelen.

Volgens deze inzichten is de geest van de mens, diens individualiteit, altijd gezond. Bij mensen met een ontwikkelingsstoornis is er sprake van een verstoorde verhouding tussen hun individualiteit en hun lichaam, door stoornissen in het lichaam. Processen als denken, voelen en willen kunnen hierdoor sterk worden beïnvloed, maar niet de persoonlijkheid-vormende individualiteit.

Wat betekent deze opvatting concreet voor het werken met mensen met een ontwikkelings-stoornis? Kort gezegd: dat de zorg méér moet zijn dan het waken over lichamelijk en geestelijk welzijn. Wij willen haar tevens – hoe moeilijk dat ook kan zijn – richten op het vinden en ondersteunen van reële groeimogelijkheden. Dat doen wij door het centraal stellen van de ontwikkelingsrelatie tussen cliënten en medewerkers en door het stimuleren van een actieve betrokkenheid van ouders, familieleden en vrienden. Ook bieden we gerichte ervaringen aan, onder andere door onze specifieke educatieve- en werkprogramma’s.

Zowel in de heilpedagogie als in de sociaaltherapie geldt een handicap als een mogelijkheid om innerlijke vermogens te ontwikkelen. Allereerst voor het kind of de volwassene met een ontwikkelingsstoornis, maar ook voor hun begeleiders. Ook zij maken een scholing door, via hun dagelijks werk en soms via het gemeenschappelijk wonen met cliënten. De heilpedagogische methodiek is zelfs in belangrijke mate gebaseerd op de ervaring dat de inzet tot zelfontwikkeling bij de medewerkers grote invloed heeft op de ontwikkelings-mogelijkheden van de kinderen en volwassenen die zij opvoeden en begeleiden. In deze zin zijn zowel de mensen met een ontwikkelingsstoornis als hun begeleiders challenged people = mensen met een uitdaging.

Mensen met en zonder ontwikkelingsstoornis die verantwoording voor elkaar willen nemen, behoren in de heilpedagogie en in de sociaaltherapie tot een gemeenschap waarin ieders individuele kwaliteiten en ontwikkelingspotentieel worden aangesproken. De sociale dynamiek die hier van uitgaat, is sterk bepalend voor de aard en kwaliteit van onze zorg en onze zorg-vernieuwingsprojecten.

Onze visie op integratie en gemeenschap

In de heilpedagogie en sociaaltherapie zijn van oudsher de integratiegedachte en de gemeenschapsgedachte richtinggevend.
Binnen voorzieningen kunnen diverse functies bestaan:

  • kleinschalig intramuraal wonen en werken
  • school, dagverblijven
  • werkplaatsen
  • (begeleid) zelfstandig wonen
  • en combinaties hiervan.

Integratie beoogt kinderen en volwassenen met een ontwikkelingsstoornis als volwaardig burger te laten deelhebben aan algemeen toegankelijke maatschappelijke voorzieningen. Integratie vraagt ontmoeting tussen mensen. Daarnaast gebruiken we het begrip omgekeerde integratie om aan te geven dat bepaalde faciliteiten van de voorziening toegankelijk zijn voor mensen uit de omgeving. Zij worden uitgenodigd deel te nemen of een bijdrage te leveren aan culturele evenementen zoals een toneelvoorstelling of een concert. Zij kunnen bijvoorbeeld in de werkplaatsen gemaakte producten kopen. Ook wonen medewerkers en hun gezinnen soms in en bij de voorziening.

Een heilpedagogische en sociaaltherapeutische voorziening plaatst de zorgvraag van kinderen en volwassenen in het perspectief van hun ontwikkeling. De keuze kan hierbij zowel liggen in de bescherming binnen een intramurale voorziening als in ambulante ondersteuning en begeleiding thuis en in alle vormen die daar tussen liggen. Deze vormen hangen onderling samen, maar staan ook in wisselwerking met de samenleving. Deze integratiegedachte biedt mogelijkheden tot relatievorming, hoe zwaar de handicap ook is. Integratie staat hierbij vooral in het teken van zinvolle ontmoetingen, zoveel mogelijk in de omgeving van de eigen woonvorm. 

De gemeenschap is op het niveau van de voorziening de noodzakelijke basis. Deze gemeenschap wordt gevormd in het sociale leven, de school of het werk en het cultureel-religieuze leven. Het sociale netwerk waaruit de gemeenschap bestaat, werkt ondersteunend: zorg wordt geïndividualiseerd zonder dat het tot vereenzaming leidt.
Integratie van mensen met een ontwikkelingsstoornis die zoveel mogelijk zelfstandig wonen en werken, lukt alleen wanneer ze deel kunnen hebben aan het sociale netwerk van de gemeenschap. Anders is de kans op vereenzaming groot. De gemeenschap vormt een kwaliteit die ondersteunend werkt voor haar leden. Ze maakt actief deel uit van het sociale, economische en culturele netwerk dat onze maatschappij vorm geeft.

Het sociale leven wordt bepaald door de rijke schakering aan interacties op basis van ieders persoonlijke inbreng. Mensen maken de gemeenschap, deze is op haar beurt oriëntatiepunt voor ieder mens. Dit spanningsveld tussen mens en sociale gemeenschap biedt mogelijkheden tot een levende werkelijkheid.

Bij school, opleiding of werk is er voor ieder de mogelijkheid zijn of haar kwaliteiten optimaal te ontplooien. Voor ieder kind is er onderwijs. De voorzieningen waar volwassenen wonen of werken beschikken over vele ambachtelijke werkplaatsen waar mooie en goede producten worden gemaakt. Ons streven is dat de mensen zich kunnen ontwikkelen in hun werk en trots kunnen zijn op de producten die ze maken en verkopen. Als de voorziening bemiddelt bij het vinden van werk in het bedrijfsleven, op de “vrije markt”, zal dit vanuit deze zelfde gedachte gebeuren.

Wat het culturele leven betreft draagt ieder naar vermogen bij aan toneelspel, muziekuitvoeringen, jaarfeestvieringen en religieuze vieringen, enzovoorts. Ook hier geldt: de waardering door anderen en de herkenbaarheid van de eigen bijdragen werken motiverend. Van het culturele leven gaat een inspirerende werking uit. Het doet een appèl op doorzettingsvermogen en kunstzinnige ontwikkeling.